Thema voor mei: te no uchi!

Ja, het was zichtbaar op de Edo-cup. Velen worstelen nog met een goede uitvoering van de slag. Voor een belangrijk deel is dat terug te voeren op het samenspel van de handen op het moment van impact. Vaak zat op het toernooi de klap er wel op, maar gaven de scheidsrechters er geen punt voor. Omdat het geluid niet goed was. Zonder een mooie pok voldoe je niet aan de eis. Of omdat de afwikkeling erna niet deugt. Zonde!

En te no uchi kun je niet leren door af te kijken. Je praat over milliseconden. Van spanning en ontspanning. De kracht in je linker en je rechterhand verschilt tijdens een aanval, het rolt als het ware over elkaar heen: links, rechts, links…

Ter illustratie: een overnametechniek als kote-kaeshimen (aanval op de pols, dan een overnametechniek en voortgezet met een aanval naar het hoofd kost een geoefende kendoka 0,55 seconden. Een ongeoefende kendoka heeft daar het dubbele voor nodig: meer dan 1 seconde.

In die aanval wordt heel slim het scharnierpunt van de shinai van de rechter naar de linkerhand verplaatst. En klopt de richting en de ontspanning op het moment dat er wordt geraakt.

Dat zie je dus normaal niet met het blote oog…. Je kunt het alleen leren door er heel rustig bij stil te staan en de goede beweging te voelen.

Uiteindelijk bereik je met een goede te no uchi met minder moeite een maximaal resultaat.

Voor ons als leraren een mooie inspiratie om in mei aandacht te schenken.

Theorie en praktijk!


illustraties: Rik Meinema en Ralph Oquendo.

Laat een reactie achter